ECLI:NL:CRVB:2008:BD7034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt toerekening loon en winst BV aan appellant bij WAZ-uitkering
Appellant ontving sinds 1983 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet naar een WAZ-uitkering. Het UWV startte een onderzoek naar mogelijke fraude nadat bleek dat appellant mogelijk werkzaamheden verrichtte in het bedrijf van zijn echtgenote, dat formeel op haar naam stond. Uit rapporten van de Belastingdienst en verklaringen van getuigen bleek dat appellant metselwerkzaamheden verrichtte en feitelijk leiding gaf aan het bedrijf.
Het UWV paste artikel 58 van Pro de WAZ toe en rekende het loon en de winst van het bedrijf toe aan appellant, waarna het een korting op zijn uitkering toepaste en een terugvordering en boete oplegde. Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat hij geen inkomen had genoten, dat het UWV de fiscale gegevens ongewijzigd had overgenomen en dat zwartwerk niet als algemeen geaccepteerde arbeid kon worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant feitelijk als directeur en werknemer van het bedrijf fungeerde en dat het UWV op basis van de beschikbare gegevens een beredeneerde schatting mocht maken van de inkomsten. De Raad vernietigde het besluit van het UWV voor zover het bezwaar tegen de terugvordering en boete onterecht ongegrond was verklaard en verklaarde dat bezwaar niet-ontvankelijk. De overige besluiten werden bevestigd. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering en boete wordt niet-ontvankelijk verklaard, overige besluiten worden bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.