ECLI:NL:CRVB:2008:BD7490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende motivering betrokkenheid hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand van oktober 1996 tot augustus 2003. Naar aanleiding van politie-informatie over mogelijke betrokkenheid bij hennepkwekerijen stelde het College een onderzoek in en besloot bijstand over de periode van september 2001 tot augustus 2003 in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat voor de periodes van 1 september 2001 tot 31 maart 2002 en van 1 mei 2002 tot 31 december 2002 onvoldoende bewijs is dat appellanten betrokken waren bij hennepkwekerijen. De intrekking en terugvordering over deze periodes berust niet op een voldoende draagkrachtige motivering.
Voor de periodes april 2002 en januari tot augustus 2003 is de betrokkenheid wel vastgesteld, en het College mocht de bijstand intrekken. De Raad beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor bepaalde periodes wegens onvoldoende motivering.