ECLI:NL:CRVB:2008:BD9113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en gedeeltelijke vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven bankrekening
Betrokkene ontving sinds 1 april 1997 bijstand, maar had een niet opgegeven bankrekening bij de Rabobank. De gemeente Eindhoven trok de bijstand in en vorderde terug over de periode van 1 juli 1997 tot 1 juni 2005 wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de informatieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij het recht op bijstand over de periode van 1 januari 2000 tot 1 juni 2005 werd ingetrokken. De gemeente stelde hoger beroep in tegen het oordeel over de periode vóór 1 januari 2000.
De Raad oordeelt dat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om de schending van de informatieplicht aan te nemen vanaf 1 juli 1997. Uit beschikbare gegevens blijkt dat de rekening in 1999 bestond en dat het saldo vanaf 11 maart 1999 boven de vermogensgrens lag. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het betrekking heeft op de periode vóór 11 maart 1999, maar wordt de intrekking en terugvordering over de periode van 11 maart 1999 tot 31 mei 2005 in stand gelaten. De gemeente moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode vóór 11 maart 1999 en bevestigd voor de periode daarna, met de verplichting tot een nieuw besluit op bezwaar.