ECLI:NL:CRVB:2010:BN1662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante, wonende in Marokko met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die niet verzekerd was voor de ANW ten tijde van zijn overlijden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was en ook niet voldeed aan de voorwaarden voor postume toelating tot de vrijwillige verzekering ANW en AOW.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd. Appellante voerde aan dat het onderscheid in de regeling KB 720, die toelating tot vrijwillige verzekering beperkt tot inwoners van de EU, EER en Zwitserland, discriminerend was op grond van artikel 14 EVRM Pro in samenhang met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en het Twaalfde Protocol. De Raad oordeelde echter dat er geen sprake was van vergelijkbare gevallen en dat het beroep op het discriminatieverbod faalde.
Verder stelde de Raad vast dat de echtgenoot van appellante niet binnen een redelijke termijn een verzoek om vrijwillige verzekering had ingediend en dat appellante’s verzoek om postume toelating te laat was. De Svb had daarom terecht geweigerd appellante als nabestaande aan te merken en de uitkering toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was en het beroep op discriminatie faalt.