ECLI:NL:CRVB:2008:BE6614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluiten over thuis- of uitwonendheid studiefinanciering
Appellante ontving studiefinanciering volgens de norm voor uitwonende studenten vanaf 1 september 2004. De IB-Groep stelde later vast dat zij in de periode van september 2004 tot december 2005 als thuiswonend moest worden aangemerkt en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen studiefinanciering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij feitelijk uitwonend was omdat zij bij haar broers woonde, ondanks dat haar ouders later ook bij haar broers gingen wonen. De rechtbank verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, maar de Centrale Raad oordeelde dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onjuiste informatie over de beroepstermijn.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat de wetstekst van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) bepaalt dat appellante als thuiswonend moet worden beschouwd omdat zij hetzelfde adres deelt met haar ouders. De feitelijke situatie, waarbij zowel appellante als haar ouders bij haar broers wonen, wijkt af van de wettelijke definitie, maar de wet laat geen ruimte voor een andere interpretatie.
De Raad achtte toepassing van de hardheidsclausule passend vanwege de afwijkende feitelijke situatie, maar de IB-Groep had deze geweigerd. Daarom vernietigde de Raad de aangevallen besluiten en bepaalde dat de IB-Groep nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten en bepaalt dat nieuwe besluiten moeten worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.