ECLI:NL:CRVB:2008:BE9092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAZ-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 11 mei 2005 waarin haar WAZ-uitkering per 1 april 2003 werd geweigerd. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige component, en beval het UWV een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat betrokkene duurzaam benutbare mogelijkheden heeft om te werken. De Raad oordeelt dat psychische klachten niet zijn aangetoond op de datum van het besluit en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst voldoende zijn verwoord. De Raad wijst de stelling van betrokkene dat de functies verkoper groothandel en telefonist/receptionist niet passend zijn vanwege diploma-eisen af, omdat haar HAVO-diploma gelijkgesteld kan worden met een MBO-diploma.
De Raad verwerpt ook het betoog over een onjuiste berekening van het maatmaninkomen, omdat ook andere werkzaamheden dan rijlessen zijn meegenomen in de urenberekening. Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen omdat de oorspronkelijke motivering onvoldoende was, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand na nadere toelichting. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd voor zover een nieuw besluit moet worden genomen, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.