ECLI:NL:CRVB:2008:BE9371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vergoeding loonschade wegens onrechtmatig loonsanctiebesluit UWV
Appellante werd door het UWV verplicht gesteld om haar werknemer het loon door te betalen over een periode van zes maanden vanwege onvoldoende re-integratieactiviteiten, wat later onrechtmatig werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het UWV de loonsancties niet langer handhaafde en daarmee de primaire besluiten herroepen waren, waardoor het UWV een onrechtmatige daad had begaan en aansprakelijk was voor schadevergoeding. De vergoeding werd beperkt tot 70% van het doorbetaalde loon, conform de wettelijke bepalingen, inclusief werkgeverslasten en vakantietoeslag.
Appellante vorderde tevens vergoeding van extra accountantskosten, maar kon niet aannemelijk maken dat deze kosten direct verband hielden met de onrechtmatige besluiten. De Raad wees deze vordering af. Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het UWV is aansprakelijk voor vergoeding van 70% van het doorbetaalde loon en werkgeverslasten, maar niet voor extra accountantskosten.