ECLI:NL:CRVB:2008:BE9497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde arbeidsinkomsten
Appellant ontvangt sinds 1989 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 55-65% arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft bij besluit van 19 augustus 2005 de uitkering over de periode 14 juni 2004 tot 1 maart 2005 aangepast naar 15-25% arbeidsongeschiktheid vanwege inkomsten uit arbeid, en een bedrag van €8.239,22 teruggevorderd. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV hem niet heeft gewezen op de gevolgen van werken in loondienst voor zijn uitkering en dat de terugvordering onjuist is omdat zijn inkomsten per jaar moeten worden toegerekend. De Raad overweegt dat appellant jaarlijks zijn inkomsten als zelfstandige heeft opgegeven en op de hoogte was van zijn meldingsplicht. Het niet melden van andere inkomsten is een wijziging die direct aan het UWV gemeld had moeten worden.
De Raad wijst erop dat de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid fictief per maand dient te gebeuren, niet per jaar, en dat het UWV terecht geen rekening heeft gehouden met kosten zoals vervoer. De terugvordering is in overeenstemming met de wet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.