ECLI:NL:CRVB:2008:BE9647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herziening
Betrokkene en het UWV gingen in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het besluit van het UWV om de WAO-uitkering van betrokkene in te trekken, vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat het besluit op medische gronden juist was, maar dat het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende betrouwbaar was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank het oordeel over het CBBS onjuist heeft gegeven. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het CBBS, na aanpassingen, wel als betrouwbaar wordt beschouwd. Het hoger beroep van het UWV is daarom gegrond en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de functies waarop de schatting van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd, geschikt zijn voor betrokkene, gesteund op een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige. Er zijn geen nieuwe medische verklaringen of argumenten aangevoerd die het eerdere oordeel kunnen wijzigen.
De Raad vernietigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en bevestigt het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering per 23 mei 2005 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.