ECLI:NL:CRVB:2008:BE9745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetenota's wegens schending redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en het bestreden besluit vernietigde wegens schending van de redelijke termijn. De rechtbank had vastgesteld dat de uitspraak niet binnen de redelijke termijn van twee jaar na de aankondiging van de boetes was gedaan, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, en matigde de boete met 10%.
In hoger beroep betwist appellant deze vaststelling, maar de Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank. De Raad constateert dat de termijn van twee jaar is overschreden en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Ook de samenvoeging van zaken uit efficiencyoverwegingen vormt geen bijzondere omstandigheid. De proceshouding van belanghebbende biedt eveneens geen rechtvaardiging voor de lange duur.
De Raad bevestigt daarom de vernietiging van de boetenota's wegens schending van de redelijke termijn en veroordeelt appellant in de proceskosten van belanghebbende. Hiermee komt het hoger beroep niet tot een ander oordeel dan de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de boetenota's wegens schending van de redelijke termijn en veroordeelt appellant in de proceskosten.