ECLI:NL:CRVB:2009:BI1259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende draagkracht schatting
Appellante maakte bezwaar tegen de verlaging van haar WAO-uitkering van 80-100% naar 35-45% per 10 juli 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig en vond dat de beperkingen van appellante in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren weergegeven. Het protocol voor chronisch vermoeidheidssyndroom was ten tijde van het onderzoek nog niet van toepassing. Wel concludeerde de Raad dat de schatting van de draagkracht onvoldoende was omdat twee van de vier functies, waaronder machinaal metaalbewerker en inpakker, een hogere dagelijkse werktijd vereisten dan de vastgestelde maximale vier uur per dag.
De toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige dat de functies toch passend zouden zijn vanwege de totale weekomvang en recuperatiemogelijkheden werd door de Raad niet gevolgd. Hierdoor resteren slechts twee functies, wat onvoldoende is om de schatting te dragen. Het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 9, onderdeel a, van het Schattingsbesluit arbeidsonge-schiktheidswetten en wordt vernietigd. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.