ECLI:NL:CRVB:2008:BF4585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 1 augustus 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner zonder dit te melden. Het College trok daarop de bijstand in, wat door appellante werd aangevochten.
De Raad beoordeelde dat de intrekking slechts over de periode van 1 augustus 2005 tot 6 september 2005 moest plaatsvinden, omdat vanaf 7 september 2005 weer bijstand werd toegekend. De Raad stelde vast dat appellante en haar partner weliswaar elk een eigen woning hadden, maar dat zij feitelijk samenwoonden op het adres van appellante. Dit bleek uit verklaringen en onderzoeksrapporten.
Verder werd vastgesteld dat er sprake was van wederzijdse zorg, onder meer door gezamenlijke maaltijden, gebruik van elkaars geld en gedeelde huishoudelijke taken. Omdat appellante de gezamenlijke huishouding niet had gemeld, was zij geen zelfstandig bijstandsontvanger. Het College handelde bevoegd en conform beleid door de bijstand in te trekken.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigden en verwierp het hoger beroep van appellante. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering van appellante wordt bevestigd wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.