ECLI:NL:CRVB:2008:BF5288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor onderhoudskosten woning
Appellante, gescheiden sinds 1996, woonde sinds 2001 weer in haar voormalige woning die in slechte staat verkeerde. Zij ontving eerder bijzondere bijstand voor onderhoudskosten, maar haar verzoek om bijzondere bijstand voor vervanging van kozijnen werd door het College afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad beoordeelde dat de kosten van vervanging van kozijnen noodzakelijke, maar incidentele kosten zijn die voorzienbaar waren sinds haar terugkeer in 2001. Appellante had gereserveerd voor onderhoud en betaalde de werkzaamheden uit eigen middelen, zonder dat bleek dat zij hiervoor moest lenen. Daarom kwalificeren deze kosten niet als bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen volgens artikel 35 WWB Pro.
De Raad concludeerde dat de rechtbank het College terecht heeft gevolgd in de afwijzing van de bijzondere bijstand, ook al waren de gronden niet geheel juist geformuleerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor onderhoudskosten aan de woning wordt bevestigd.