ECLI:NL:CRVB:2008:BF7417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100% volgens de WAO ongewijzigd werd vastgesteld per 27 mei 2003. Het primaire besluit was gebaseerd op een eerdere vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid per 1 april 2001.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een procesbelang, omdat appellant met het beroep geen ander resultaat kon bereiken dan reeds materieel was toegekend. Appellant voerde aan dat het besluit onduidelijk was en dat hij kosten wilde vergoed krijgen die hij had gemaakt in procedures onder de Ziektewet en Werkloosheidswet, alsmede wettelijke rente. Deze vorderingen werden echter niet als onderdeel van het geschil in de WAO-procedure beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant geen procesbelang heeft bij het beroep, omdat het bestreden besluit duidelijk maakt dat zijn arbeidsongeschiktheid onveranderd is vastgesteld en er geen sprake is van intrekking van eerdere besluiten. Ook de kosten en rentevorderingen vallen buiten het bestreden besluit en zijn daarom niet relevant voor dit hoger beroep.
Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.