ECLI:NL:CRVB:2008:BF7421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloosheid ondanks latere arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als logistiek medewerker, werd op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk ongeoorloofd werkverzuim en het niet naleven van verzuimregels. Na een periode van ziekte en een advies tot hervatting in lichter werk, bleef appellant zich niet houden aan controleverplichtingen tijdens ziekte. Hierdoor werd hem bij besluit van 24 augustus 2006 de WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, stellende dat appellant geen afdoende verklaring gaf voor zijn afwezigheid tijdens verzuimcontroles en dat hij het risico nam dat de werkgever het vertrouwen in hem zou verliezen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet verplicht was tijdens arbeidsongeschiktheid binnenshuis te blijven en dat de controles onterecht en frequent waren.
De Raad oordeelt dat ondanks de latere vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsarts, appellant tot dat moment bereikbaar had moeten zijn voor controle. Er was geen sprake van oneigenlijk gebruik van controlevoorschriften door de werkgever. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WW-uitkering bevestigd wegens verwijtbare werkloosheid.