ECLI:NL:CRVB:2008:BG1917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens weigering passend werk niet gerechtvaardigd door onduidelijkheid functieaanbod
Appellante kreeg een WW-uitkering voor 38 uur per week en werd in het kader van re-integratie proefgeplaatst als office manager voor 24 uur per week. Vervolgens bood de werkgever haar een arbeidsovereenkomst aan voor zes maanden als medewerker binnendienst, welke zij weigerde vanwege onduidelijkheid over de functie-inhoud, taakomvang en verantwoordelijkheden.
Het UWV beëindigde daarop haar WW-uitkering voor 24 uur per week wegens het weigeren van passend werk. De rechtbank verklaarde dit besluit terecht, stellende dat het aanbod passend was, mede omdat het salaris gelijk was aan dat van de office manager en appellante in ander verband had gesolliciteerd naar een soortgelijke functie.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aangeboden functie dezelfde was als die van office manager. De toezegging van de directeur over functiewijziging werd ingetrokken en er ontbrak een duidelijke functiebeschrijving. Hierdoor was de weigering van appellante gerechtvaardigd en was het besluit tot beëindiging van de uitkering onrechtmatig.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV opnieuw op het bezwaar moet beslissen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering en bepaalt dat het UWV opnieuw op het bezwaar moet beslissen.