ECLI:NL:CRVB:2008:BG3576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim door hennepplantage en stroomdiefstal
Appellant was sinds 1994 werkzaam bij het ministerie van Justitie en heeft in een eigen woning een hennepplantage ingericht en ongeveer 500 planten gedurende enkele weken gekweekt. Hiervoor werd onrechtmatig elektriciteit afgenomen. De minister legde appellant op 15 maart 2006 op grond van plichtsverzuim de disciplinaire straf van ontslag op.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit ontslag ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het plichtsverzuim appellant kan worden toegerekend, ook al betrof het privégedrag, omdat dit grensoverschrijdend was en het functioneren binnen de Penitentiaire Inrichting beïnvloedde.
De Raad acht het ontslag gezien de ernst van de gedragingen en de eisen aan integriteit binnen de PI niet onevenredig, ondanks het lange dienstverband. Daarnaast is er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat de door appellant aangehaalde lichtere straffen niet vergelijkbaar zijn. De Raad wijst een vergoeding van proceskosten af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.