ECLI:NL:CRVB:2008:BG3611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en motivering van arbeidsdeskundige signaleringen in hoger beroep
Betrokkene, met psychische klachten en verslavingsproblemen, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV werd geconcludeerd dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waarna zijn uitkering in 2005 werd ingetrokken. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit echter vanwege onvoldoende motivering van bepaalde met een "G" gemarkeerde signaleringen in de functiebeschrijvingen die de arbeidsdeskundige gebruikte.
In hoger beroep beperkte het geschil zich tot deze motiveringskwestie, omdat betrokkene geen hoger beroep instelde tegen de medische beoordeling. Het UWV overhandigde een aanvullend rapport waarin de "G" signaleringen alsnog werden gemotiveerd. De Raad oordeelde dat deze motivering toereikend was en dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank voor zover het ging om de motivering, maar bepaalde dat het UWV geen nieuw besluit hoefde te nemen en dat de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijven in stand na aanvullende motivering.