ECLI:NL:CRVB:2008:BG3955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering en rangsniveau van militaire ambtenaar
Appellant is sinds 20 april 2000 boven de autorisatiesterkte geplaatst op een functie bij de [naam Kapel], die per 1 juli 2002 formeel is geformaliseerd en gewaardeerd op het niveau van adjudant-onderofficier (aoo). Appellant maakte bezwaar tegen deze waardering en het rangsniveau, met name vanwege zijn dubbelfunctie en een verzoek tot aanpassing naar het niveau van eerste luitenant.
De commandant verklaarde de bezwaren ongegrond in een besluit van 15 maart 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de datum van functievervulling en de waardering redelijk waren vastgesteld. In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat alleen hij bevoegd is tot functiewaardering en rangtoekenning, niet de commandant.
De Raad onderschrijft dit standpunt en vernietigt het deel van het besluit dat de functiewaardering en rangsniveau betreft, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. De Raad oordeelt verder dat de waardering niet onredelijk is, ook niet gezien de dubbelfunctie en verschillen met andere functies. De datum van aanvang van de functievervulling wordt bevestigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit over functiewaardering en rangsniveau wordt vernietigd vanwege onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; overige besluiten worden bevestigd.