ECLI:NL:CRVB:2008:BG3963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit over eerste arbeidsongeschiktheidsdag en toekenning WAO-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een UWV-besluit waarin aan een ex-werknemer een volledige WAO-uitkering is toegekend met ingang van 8 december 2003. De werkgever betwist dat de werknemer vanaf 9 december 2002 volledig arbeidsongeschikt was en voert aan dat het UWV-besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV tekort is geschoten in de zorgvuldigheid en motivering van het besluit, met name over de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Er bestaat een verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts van de werkgever en het UWV over de datum van arbeidsongeschiktheid, waarbij de bedrijfsarts stelt dat op 9 december 2002 geen sprake was van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte maar van een arbeidsconflict met spanningsklachten.
Verder is gebleken dat een geplande herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid niet heeft plaatsgevonden, terwijl deze duidelijkheid had kunnen verschaffen. Ook is onvoldoende overleg geweest tussen de artsen van het UWV en de huisarts over de aard en ernst van de klachten en de verwijzing naar de GGZ.
Op grond van deze tekortkomingen vernietigt de Raad het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de werkgever.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige motivering.