ECLI:NL:CRVB:2008:BG4664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake invordering onverschuldigd betaalde toeslag zonder aflossingscapaciteit
Appellant had een toeslag ontvangen op grond van de Toeslagenwet, waarvan het UWV later de hoogte wijzigde en onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderde. Appellant stelde dat hij geen aflossingscapaciteit had, wat door het UWV aanvankelijk werd betwist. Na bezwaar en beroep heeft het UWV bij besluit van 5 september 2008 erkend dat appellant geen aflossingscapaciteit heeft en heeft het de invordering stopgezet.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat door deze volledige tegemoetkoming het belang van appellant bij verdere beoordeling van het hoger beroep en eerdere besluiten is komen te vervallen, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeken om vrijwaring en oplegging van een dwangsom konden in deze procedure niet worden beoordeeld.
Ten aanzien van proceskosten oordeelde de Raad dat het UWV op grond van de Awb veroordeeld kan worden tot vergoeding van proceskosten, ook als het beroep ongegrond wordt verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van €1.288 aan proceskosten en het griffierecht van €143 aan appellant vergoed.
De Raad benadrukte dat appellant geen vergoeding kon krijgen voor kosten gemaakt in de bezwaarfase omdat hij daarvoor geen verzoek had ingediend vóór het besluit op bezwaar. Het verzoek om schadevergoeding werd niet gedaan, waardoor het belang bij beoordeling verder ontbrak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.