ECLI:NL:CRVB:2008:BG5003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over vergoeding FPU-uitkering bij eerdere beëindiging dienstverband
Appellant, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam, maakte gebruik van de seniorenregeling en verzocht om eervol ontslag per 1 mei 2005 om FPU-ontslag te verkrijgen. Vanwege ziekte werd hem een WAO-uitkering toegekend en werd zijn dienstverband in deeltijd voortgezet. Na overleg sloten partijen een overeenkomst over eerdere beëindiging van het dienstverband per 1 maart 2003 met een aanvulling van de FPU-uitkering tot 76%.
Het college stelde later de FPU-uitkering op nihil vanwege overschrijding van inkomensgrenzen, waarna een koopsompolis werd afgesloten. Appellant stelde dat de vergoeding niet correct was berekend, omdat het college rekening hield met het verhoogde invaliditeitspensioen en een deel van de FPU-uitkering in mindering bracht.
De Raad oordeelde dat de afspraken in de overeenkomst bindend zijn en dat het college terecht rekening hield met het invaliditeitspensioen bij de vergoeding. Echter mocht het college het bedrag van € 15,70 bruto per maand niet in mindering brengen, omdat dit niet onder de overeenkomst viel.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college over de vergoeding van de FPU-uitkering wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.