ECLI:NL:CRVB:2008:BG5788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medisch onderzoek door niet-verzekeringsarts
Betrokkene, die sinds 1999 arbeidsongeschikt is, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van 25-35%. Na een herbeoordeling door een arts die geen geregistreerde verzekeringsarts was, werd de uitkering verlaagd naar 15-25%. In bezwaar werd het besluit bevestigd zonder dat een nieuw lichamelijk onderzoek door een verzekeringsarts plaatsvond. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege het ontbreken van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek door een geregistreerde arts in bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het gebrek in het primaire onderzoek is hersteld doordat in bezwaar een beoordeling door een geregistreerde verzekeringsarts heeft plaatsgevonden, ook al vond geen lichamelijk onderzoek plaats. De Raad concludeert dat het medische oordeel voldoende onderbouwd is en dat betrokkene onvoldoende heeft aangetoond dat de beperkingen onderschat zijn of dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
Verder stelt de Raad dat toelating tot de WSW geen directe invloed heeft op de WAO-uitkering. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het besluit tot herziening van de WAO-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.