ECLI:NL:CRVB:2008:BG6236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na verstrijken maximale uitkeringsduur Ziektewet
Appellante was sinds 7 mei 1998 wegens ziekte arbeidsongeschikt als vakgroepsecretaresse en ontving een WAO-uitkering. Na meerdere periodes van gedeeltelijke werkhervatting en ziekteverzuim werd zij per 1 maart 2005 ontslagen. Op 1 december 2005 meldde zij zich ziek met ingang van 10 februari 2005, terwijl zij toen niet werkzaam was.
Het UWV weigerde op 12 december 2005 ziekengeld toe te kennen vanaf 1 maart 2005, omdat de maximale periode van 52 weken ziekengeld verstreken was. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Rotterdam. Appellante stelde in hoger beroep dat zij aanspraak had op ziekengeld vanaf 10 februari 2005 vanwege een andere ziekteoorzaak en een nieuwe functie per 25 januari 2005.
De Raad oordeelde dat het besluit van 24 januari 2007, waarop appellante zich beroept, niet relevant is voor de periode in geschil. De nieuwe functie was nooit feitelijk vervuld, zodat de oorspronkelijke functie als maatstaf blijft gelden. De Raad bevestigde dat appellante onafgebroken ongeschikt was voor haar oorspronkelijke werk en dat het maximale tijdvak van 52 weken was verstreken. De stelling dat de ziekteoorzaak anders zou zijn, werd niet gevolgd omdat er geen sprake was van hervatting in ander werk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat geen ziekengeld wordt toegekend na het verstrijken van het maximale tijdvak van de Ziektewet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om ziekengeld toe te kennen na het verstrijken van het maximale uitkeringsperiode van 52 weken.