ECLI:NL:CRVB:2008:BG6265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vermindering WW-uitkering wegens niet tijdige verlenging inschrijving werkzoekende
Betrokkene had zich op 7 december 2004 geregistreerd als werkzoekende bij het CWI met verlengingen tot 22 oktober 2005. Na die datum heeft betrokkene nagelaten de inschrijving schriftelijk te verlengen, wat leidde tot een korting van 20% op zijn WW-uitkering gedurende 129 dagen.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat zij vond dat onvoldoende was gemotiveerd waarom betrokkene verwijtbaar was en waarom de maatregel proportioneel was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat uit eerdere jurisprudentie geen algemene onderzoeksplicht voor het UWV voortvloeit, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die hier niet zijn gesteld.
De Raad stelt vast dat betrokkene ten onrechte aannam dat de inschrijving automatisch werd verlengd en dat deze veronderstelling voor zijn rekening komt. De Raad acht de opgelegde maatregel proportioneel en vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de korting op de WW-uitkering.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering gedurende 129 dagen wordt gehandhaafd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.