ECLI:NL:CRVB:2008:BG8102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering op grond van Schattingsbesluit 2004 en inbreuk eigendomsrecht
De zaak betreft hoger beroep tegen het besluit van het UWV om de WAO-uitkering van betrokkene per 1 juni 2006 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, op basis van het Schattingsbesluit 2004.
De rechtbank vernietigde dit besluit en herzag de uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten. In hoger beroep betoogde betrokkene onder meer dat het besluit in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de motivering van de signaleringen onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat de inbreuk op het eigendomsrecht gerechtvaardigd is, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en het feit dat betrokkene toegang tot de arbeidsmarkt heeft. De motivering van de signaleringen voldeed aan de eisen en de geselecteerde functies waren passend. Het UWV werd vrijgesteld van de proceskostenveroordeling omdat deze kosten reeds waren vergoed.
Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en het beroep van het UWV deels gehonoreerd, waarbij het besluit tot herziening van de uitkering werd bevestigd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het UWV tot proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het beroep van het UWV deels gehonoreerd, waarbij het UWV niet hoeft te betalen voor proceskosten.