ECLI:NL:CRVB:2008:BG8238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid door burnout met beperkingen bij deadlines en productiepieken
Appellante, als eigen risicodraagster, stelde bezwaar tegen de toekenning van een WAO-uitkering aan haar voormalig werknemer wegens arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege onvoldoende motivering van beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV nam daarop een nieuw besluit, dat opnieuw werd aangevochten in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was om af te wijken van de rechtbankuitspraak over de medische grondslag. De werknemer was ongeschikt voor zijn maatgevende arbeid vanwege overschrijdingen van belastbaarheid bij veelvuldige deadlines en productiepieken, veroorzaakt door burnout. Er was geen bewijs dat de arbeidsongeschiktheid reeds bij aanvang van de verzekering bestond.
Het hoger beroep tegen het tweede en derde besluit van het UWV werd deels gegrond verklaard en deels afgewezen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed. De uitkering blijft gehandhaafd met de genoemde mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit is gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het derde besluit ongegrond, met bevestiging van de WAO-uitkering van 25-35% arbeidsongeschiktheid.