ECLI:NL:CRVB:2008:BG8586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering voorschotten bijstand en handhaving terugvordering bedrijfskapitaal
Appellant had bijstand ontvangen in de vorm van een rentedragende lening voor bedrijfskapitaal en daarnaast voorschotten in de vorm van een renteloze lening. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam vorderde deze bedragen terug nadat was vastgesteld dat appellant geen recht had op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de terugvordering van de voorschotten onterecht is gebaseerd op artikel 58, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB, terwijl artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB de juiste grondslag is. Hierdoor wordt het besluit tot terugvordering van de voorschotten vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat aan de voorwaarden voor terugvordering is voldaan.
Ten aanzien van de terugvordering van de bijstand voor bedrijfskapitaal oordeelt de Raad dat het College terecht heeft gehandeld op grond van artikel 40 van Pro het Bbz 2004, omdat appellant niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen heeft voldaan. Dringende redenen om af te zien van terugvordering zijn niet aannemelijk gemaakt. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De terugvordering van voorschotten wordt vernietigd, de terugvordering van de rentedragende lening gehandhaafd en het College veroordeeld in de proceskosten.