ECLI:NL:CRVB:2008:BG8799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet rechtmatig verblijf en niet-verzekerd zijn volgens AKW
Appellant, afkomstig uit Marokko en sinds circa 1991 in Nederland verblijvend, ontving vóór het derde kwartaal 1998 kinderbijslag voor in Marokko wonende kinderen. Na invoering van de Koppelingswet per 1 juli 1998 werd zijn recht op kinderbijslag ingetrokken omdat hij niet als verzekerd werd aangemerkt wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hoewel appellant later een verblijfsvergunning verkreeg per 1 januari 2003, werd de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2003 door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) geweigerd voor kinderbijslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij verwezen werd naar eerdere uitspraken van de Raad. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het standpunt van de Svb inconsequent was, omdat het UWV hem wel als verzekerd had aangemerkt voor de werknemersverzekeringen tijdens zijn arbeidsongeschiktheid vanaf 2001. De Raad oordeelde echter dat deze inconsistentie geen gevolgen heeft voor de toepassing van de AKW, aangezien appellant in de relevante periode niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens de Vreemdelingenwet en daarom niet verzekerd was.
De Raad concludeerde dat de weigering van kinderbijslag over de periode van 1 januari 2000 tot en met het vierde kwartaal van 2002 niet in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Het enkele feit dat appellant op 18 november 1998 een aanvraag voor een verblijfsvergunning had ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.