ECLI:NL:CRVB:2003:AO2909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking kinderbijslag voor in buitenland wonende kinderen volgens KB 746
Appellanten voerden beroep aan tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank die hun het recht op kinderbijslag voor hun kinderen, wonende in Marokko, ontzegden op grond van artikel 26, zesde lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746).
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het artikel niet strijdig is met internationale verdragen zoals het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NMV) en de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Marokko. De Raad bevestigt deze uitspraak en benadrukt dat het doel van de regeling is om de verzekeringsplicht te beperken tot ingezetenen, wat een gerechtvaardigd en proportioneel doel is.
De Raad stelt vast dat artikel 5 van Pro het NMV niet van toepassing is op kinderbijslaguitkeringen en dat het beroep op het discriminatieverbod in de Samenwerkingsovereenkomst faalt omdat de kinderen buiten de Europese Gemeenschap wonen. De overgangsregeling in artikel 27 van Pro KB 746 biedt bovendien een ruime overgangsperiode. De Raad ziet geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten geen recht hebben op kinderbijslag voor hun in Marokko wonende kinderen volgens artikel 26 lid 6 van KB 746.