ECLI:NL:CRVB:2008:BG8994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 1 juli 2005 een WW-uitkering gebaseerd op een gemiddeld aantal arbeidsuren van 38,25 per week. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering met terugwerkende kracht tot 1 juli 2005 voor 20 uur per week, omdat appellant als zelfstandige in zijn viswinkel werkte en dit niet had gemeld.
Het Uwv stelde vervolgens vast dat appellant ten onrechte een WW-uitkering had ontvangen en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet het werkelijk gewerkte aantal uren op zijn werkbriefjes had vermeld, waardoor hij zijn informatieplicht schond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het niet vermelden van de juiste uren op de werkbriefjes de schending van de inlichtingenplicht vormt. Ook het verzoek om een contactpersoon bij het Uwv en het advies van derden bij het invullen van werkbriefjes konden niet tot een ander oordeel leiden.
De Raad vond geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering, aangezien er geen bijzondere of uitzonderlijke sociale of financiële gevolgen waren. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.