ECLI:NL:CRVB:2008:BG9006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellante kreeg haar WAO-uitkering met ingang van 13 juni 2006 verlaagd van 80-100% naar 55-65%. Het UWV kende haar vanaf die datum een WW-uitkering toe, die met 20% werd verlaagd voor de duur van 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten voorafgaand aan werkloosheid.
Appellante voerde aan niet duidelijk te zijn geïnformeerd over haar sollicitatieplicht en betwistte dat zij verwijtbaar tekort was geschoten. De Raad overwoog dat volgens artikel 24 WW Pro de werknemer verplicht is passende arbeid te zoeken zodra hem is aangezegd dat zijn WAO-uitkering wordt herzien. Appellante had vóór 13 juni 2006 geen sollicitatieactiviteiten ondernomen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht de korting toepaste en dat er geen grond was voor matiging van de maatregel. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% voor 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.