ECLI:NL:CRVB:2009:BG9931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering en terugvordering voorschotten zonder dringende reden
Appellant, die sinds 1999 in Nederland verblijft, vroeg een WAO-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd omdat hij bij aanvang van de verzekering reeds volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Appellant werkte kortdurend bij diverse werkgevers, meldde zich ziek met psychische klachten na het overlijden van zijn partner en ontving voorschotten WAO en TW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering van de WAO-uitkering en tegen de terugvordering van voorschotten ongegrond. In hoger beroep benoemde de Raad een deskundige voor een medisch onderzoek, maar appellant werkte niet mee en leverde geen medische verklaring voor zijn afwezigheid. De Raad concludeerde dat er geen twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling en dat het UWV niet onrechtmatig had gehandeld.
Appellant voerde aan dat onvoldoende bekend was over zijn gezondheidstoestand en dat terugvordering van voorschotten in strijd zou zijn met sociale zekerheidsbeginselen. De Raad oordeelde dat de wetgever terugvordering voorschrijft en dat appellant geen dringende reden had aangetoond om hiervan af te zien, mede omdat de beslagvrije voet wordt gerespecteerd.
De Raad wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af en bevestigde de eerdere uitspraken, verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV ongegrond en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en wijst het beroep tegen terugvordering van voorschotten af wegens ontbreken van dringende reden.