ECLI:NL:CRVB:2009:BH0993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering studiefinanciering na verstrijken maximale termijn ondanks hardheidsclausule
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit van de IB-Groep bevestigde, waarin werd vastgesteld dat appellant per 1 september 2007 geen recht meer had op studiefinanciering vanwege het verstrijken van de maximale verstrekkingsduur van tien jaar.
De Raad overwoog dat de wetgever onmiskenbaar de termijn voor studiefinanciering heeft beperkt tot tien jaar vanaf de eerste maand van verstrekking. De hardheidsclausule uit artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering 2000 biedt geen ruimte voor afwijking wanneer de toepassing van de wettelijke termijn overeenkomt met de bedoeling en strekking van de wet.
Hoewel appellant stelde dat hij in 1997 een valse studiestart maakte en slechts kort studiefinanciering genoot, rechtvaardigt dit geen uitzondering. De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht oordeelde dat de IB-Groep geen aanleiding had om de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot studiefinanciering per 1 september 2007 wordt bevestigd.