ECLI:NL:CRVB:2009:BH0998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling thuiswonende of uitwonende status studente voor studiefinanciering
Appellante heeft studiefinanciering ontvangen op basis van de norm voor een uitwonende studente, nadat zij had doorgegeven op een ander adres te wonen. De IB-Groep wijzigde dit later en rekende de studiefinanciering terug naar de norm voor een thuiswonende studente, omdat appellante volgens de GBA op hetzelfde adres als haar ouders stond ingeschreven.
Appellante voerde aan dat zij feitelijk zelfstandig woonde in een aparte woonruimte met eigen huishouding en aparte gemeentelijke heffingen, waardoor zij als uitwonende studente moest worden beschouwd. De rechtbank oordeelde echter dat de GBA-registratie leidend is en wees het beroep af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de wettelijke definitie in de Wet studiefinanciering 2000 (artikel 1.1) bepaalt dat de registratie in de GBA bepalend is voor de status van thuiswonend of uitwonend. De feitelijke woonsituatie en nuances zoals aparte aanslagen zijn niet relevant. Ook de hardheidsclausule kan niet worden toegepast omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt daarmee bekrachtigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Appellante wordt aangemerkt als thuiswonende studente en het beroep wordt ongegrond verklaard.