ECLI:NL:CRVB:2009:BH1018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering recht op ziekengeld wegens verwijtbaar vrijwillig ontslag
Appellant was sinds 1 augustus 2004 als docent economie in dienst en viel op 2 september 2004 wegens psychische klachten uit. Op 1 november 2004 nam hij vrijwillig ontslag. Het UWV weigerde het recht op ziekengeld geheel blijvend, omdat appellant door zijn ontslag het Uitvoeringsfonds benadeelde en dit verwijtbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet in een zodanige toestand verkeerde dat hem het ontslag niet kon worden verweten. Ook was er geen bewijs dat appellant onder druk van werkgever of bedrijfsarts ontslag had genomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De door appellant overgelegde medische verklaring uit 2008 en overige gegevens tonen niet aan dat hij in 2004 geen andere keuze had dan ontslag. Evenmin is er bewijs van druk vanuit werkgever of bedrijfsarts. De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op ziekengeld wordt geheel blijvend geweigerd wegens verwijtbaar vrijwillig ontslag.