ECLI:NL:CRVB:2009:BH1788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens plichtsverzuim en ongewenst gedrag ambtenaar politie
Appellant, werkzaam bij de politieregio, werd ontslagen wegens plichtsverzuim. Dit betrof het onrechtmatig inzien en kopiëren van het notitieboekje van zijn leidinggevende, ongewenst gedrag tegenover vrouwelijke collega’s, en het ondanks een verbod veelvuldig telefonisch contact zoeken met zijn ex-partner, inclusief het verzenden van een pornografische afbeelding via de diensttelefoon.
De korpsleiding had appellant herhaaldelijk gewaarschuwd en begeleiding aangeboden, waaronder een gedragstherapeut, maar appellant weigerde deze hulp en volhardde in zijn gedrag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was. In hoger beroep erkende appellant enkele feiten, maar betwistte de ernst en het verwijt.
De Raad stelde vast dat het gedrag van appellant plichtsverzuim opleverde en dat de korpsbeheerder bevoegd was tot ontslag. De Raad verwierp het verweer dat appellant onvoldoende kans had gekregen om zijn gedrag te verbeteren en concludeerde dat het ontslag niet onevenredig was. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim en ongewenst gedrag wordt bevestigd.