ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende onderzoek en motivering
Appellanten ontvingen sinds 16 januari 2004 bijstand volgens de WWB. Het College schortte de bijstand op per 1 april 2006 vanwege niet verstrekte gegevens over zes voertuigen op naam van appellanten en introk de bijstand over de periode 16 januari 2004 tot 31 maart 2006 wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht.
Appellanten maakten bezwaar en stelden dat zij wel aan hun verplichtingen hadden voldaan en dat volledige intrekking en terugvordering niet gerechtvaardigd was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden.
De Raad oordeelde dat de opschorting terecht was, maar dat intrekking per 1 april 2006 onterecht was omdat appellanten niet verwijtbaar hadden verzuimd de gevraagde gegevens te verstrekken. Ook stelde de Raad vast dat het College onvoldoende onderzoek had verricht en de bewijslast niet had gedragen omtrent de intrekking en terugvordering over de gehele periode. Het besluit ontbeerde een deugdelijke motivering en werd daarom vernietigd.
De Raad bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelde het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.