ECLI:NL:CRVB:2009:BH2838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht bij tweede recidive
Appellant, geboren in 1950, ontving sinds april 2006 een WW-uitkering. Na eerdere kortingen wegens het niet naleven van de sollicitatieplicht, stelde het UWV een nader onderzoek in naar aanleiding van een werkbriefje over mei-juni 2007. Appellant gaf geen concrete antwoorden op schriftelijke vragen en verrichtte geen enkele sollicitatie-activiteit in de periode in kwestie.
Het UWV legde daarom een maatregel op die de WW-uitkering verlaagde van 70% naar 50% vanaf 4 juni 2007. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellant dat hij een kansloze positie op de arbeidsmarkt heeft vanwege zijn indeling in fase 3 en lichamelijke beperkingen, en dat hij voor de Wet werk en bijstand is vrijgesteld van sollicitatieplicht. De Raad overwoog echter dat appellant geen enkele sollicitatie-activiteit had verricht en verwees naar een eerdere uitspraak waarin soortgelijke stellingen waren verworpen.
Verder stelde de Raad vast dat het hier om een tweede recidive binnen een jaar gaat, waardoor het UWV een nog strengere korting had kunnen opleggen. De nu opgelegde maatregel was daarom niet onredelijk en hoefde niet te worden gematigd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering van 70% naar 50% wegens niet-naleving van de sollicitatieplicht wordt bevestigd.