ECLI:NL:CRVB:2009:BH3103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste grondslag
Appellanten ontvingen sinds 1994 bijstand en kregen deze per 1 september 2003 aanvullend op een AOW-uitkering. Na een anonieme melding van zwartwerken startte de gemeente ’s-Gravenhage een onderzoek. Dit leidde tot besluiten tot beëindiging, herziening en intrekking van de bijstand en terugvordering van ruim €64.000.
Het College baseerde de herziening en intrekking op het feit dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden door niet te melden dat appellant werkzaamheden verrichtte in het restaurant van zijn zoon. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Raad oordeelt dat de verklaring van appellant over de werkzaamheden betrouwbaar is en dat het College ten onrechte heeft gesteld dat het recht op bijstand niet meer kan worden vastgesteld door de schending van de inlichtingenplicht. Daarom vernietigt de Raad het besluit voor zover het de herziening en intrekking betreft, maar behoudt de rechtsgevolgen daarvan. De terugvordering blijft in stand omdat het College bevoegd was deze uit te voeren en geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd om hiervan af te wijken.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar het College wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Besluit tot herziening en intrekking bijstand vernietigd, terugvordering gehandhaafd, verzoek schadevergoeding afgewezen.