ECLI:NL:CRVB:2009:BH3782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had een WAO-uitkering die was herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid en vervolgens naar minder dan 15%, met intrekking van de uitkering. De rechtbank had het beroep tegen het eerste besluit gegrond verklaard en het tweede ongegrond. Appellante voerde aan dat haar rugklachten en wortelcompressie haar verhinderen arbeid te verrichten in de geduide functies.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat was en rekening hield met haar klachten. Echter, de arbeidskundige beoordeling faalde omdat de functies portier en surveillant een sta-belasting vereisen die hoger is dan de beperkingen toelaten. Hierdoor konden deze functies niet als passend worden beschouwd.
De Raad vernietigde daarom het eerdere oordeel dat de uitkering mocht worden ingetrokken en beval het UWV om een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de juiste arbeidskundige beoordeling. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.