ECLI:NL:CRVB:2009:BH3851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijkheid discusprothese lumbaal niveau voor vergoeding zorgverzekering
Appellante heeft een vergoeding gevraagd voor de plaatsing van een discusprothese op lumbaal niveau, uitgevoerd in mei 2004 in België. CZ weigerde de vergoeding omdat de behandeling volgens hen niet gebruikelijk was binnen de beroepsgroep, wat werd bevestigd door het College voor Zorgverzekeringen en de rechtbank. Appellante voerde aan dat de behandeling internationaal erkend en geaccepteerd is, onder meer door de FDA en Amerikaanse verzekeraars.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het gebruikelijkheidscriterium inhoudt dat de behandeling behoort tot het aanvaarde arsenaal van medische mogelijkheden, waarbij ook de mate van acceptatie in de praktijk en wetenschappelijke literatuur relevant zijn. CZ heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de praktijktoepassing van de discusprothese, waardoor het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd.
Daarom vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en draagt CZ op een nieuw besluit te nemen waarin de gebruikelijkheid van de behandeling opnieuw en adequaat wordt beoordeeld. Tevens wordt CZ veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van CZ wordt vernietigd en CZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een juiste beoordeling van de gebruikelijkheid van de discusprothese.