ECLI:NL:CRVB:2009:BH4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en aflossingsverplichting bijstand ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellante ontving bijstand van oktober 1998 tot november 2001. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €28.892,79 terug wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht. Deze terugvordering werd bij besluit van 23 maart 2007 omgezet in een aflossingsverplichting van €200 per maand.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar persoonlijke omstandigheden en extra ziektekosten in aanmerking genomen moesten worden om af te zien van of aanpassing van de aflossingsverplichting.
De Raad oordeelde dat het College binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling heeft gehandeld en dat het verzoek van appellante onvoldoende grond bood om af te zien van invordering. De Raad benadrukte dat het bestuursrechtelijk oordeel losstaat van het strafrechtelijk sepot en dat de terugvordering in rechte onaantastbaar is geworden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het terugvorderingsbesluit en de aflossingsverplichting van €200 per maand, en wijst het hoger beroep af.