ECLI:NL:CRVB:2009:BH5214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste maatmaninkomensvaststelling
Appellante, werkzaam als haringschoonmaakster, kreeg een WAO-uitkering toegekend na ziekmelding wegens zwangerschapscomplicaties. Het UWV herbeoordeelde haar situatie en stelde het maatmaninkomen bij, wat leidde tot intrekking van de uitkering. In bezwaar en beroep werd de medische grondslag en de aanpassing van het maatmaninkomen betwist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de medische beoordeling en de aanpassing van het maatmaninkomen werden onderschreven. In hoger beroep stelde appellante dat de beperkingen onjuist waren weergegeven en dat de geduide functies niet passend waren. De Raad oordeelde dat de bezwaren in hoger beroep te algemeen waren geformuleerd en dat de specificatie ter zitting te laat kwam, waardoor deze niet in behandeling werd genomen.
De Raad concludeerde dat het aanvankelijk vastgestelde maatmaninkomen geen reële afspiegeling van de verdiencapaciteit vormde, mede omdat appellante de functie zonder ervaring slechts kort vervulde en de hoge loonopgave niet geloofwaardig was. De aanpassing van het maatmaninkomen per een toekomende datum was niet in strijd met jurisprudentie. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.