ECLI:NL:CRVB:2009:BH5287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering geschiktheid functies
Appellant, voormalig onderhoudsmonteur, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die later werd herzien en ingetrokken op basis van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De beoordeling berustte op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en arbeidskundige rapporten waarin functies als loketbediende werden geduid. Appellant voerde onder meer aan dat de functies medisch niet passend waren vanwege zijn noodzaak tot direct toiletbezoek.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het ontbreken van een herbeoordeling door een bezwaarverzekeringsarts, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betwistte appellant onder meer de opleidingsvereisten en de geschiktheid van de functies, mede gelet op zijn lactose-intolerantie en frequente diarree.
De Raad concludeerde dat de motivering van de geschiktheid van de functies onvoldoende was, vooral met betrekking tot de praktische mogelijkheid tot direct toiletbezoek. De Raad oordeelde dat het UWV het besluit onvoldoende zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd, in strijd met de Awb. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. Het verzoek van appellant om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan inzicht in de schade.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering is vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.