ECLI:NL:CRVB:2009:BH5606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende duidelijkheid werkbriefje bij WW-uitkering
Appellant, een uitzendkracht die een WW-uitkering ontving, werd door het UWV beboet omdat hij op het werkbriefje niet volledig had aangegeven dat hij tijdens zijn vakantie gedeeltelijk doorbetaald werd. Het UWV stelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet het aantal doorbetaalde uren te vermelden.
De rechtbank had de boete gehandhaafd, stellende dat de vragen op het werkbriefje voldoende duidelijk waren. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep echter dat het werkbriefje onvoldoende duidelijkheid biedt om te begrijpen wanneer een antwoord onvolledig is, waardoor appellant niet kan worden verweten de inlichtingenplicht te hebben overtreden.
De Raad vernietigt het boetebesluit en het eerdere besluit tot terugvordering van de WW-uitkering, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het boetebesluit en de terugvordering worden vernietigd wegens onvoldoende duidelijkheid op het werkbriefje, waardoor geen overtreding van de inlichtingenplicht kon worden vastgesteld.