ECLI:NL:CRVB:2009:BH5628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had het recht op bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellant niet was verschenen op twee uitnodigingen voor een gesprek. Tegen het intrekkingsbesluit werd bezwaar gemaakt, maar dit werd door het College niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de brief van het College waarin werd meegedeeld dat de uitkering was beëindigd, een besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt. De Raad oordeelde dat deze brief slechts een mededeling was zonder rechtsgevolg en dus geen appellabel besluit. Daarnaast was het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit te laat ingediend zonder verschoonbare reden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige bezwaarprocedures en het onderscheid tussen mededelingen en besluiten binnen het bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit bevestigd.