ECLI:NL:CRVB:2009:BH5930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot schadevergoeding wegens vertraagde WAO-uitkering en heropening onderzoek redelijke termijn
Appellant vroeg op 13 september 2001 een WAO-uitkering aan vanwege pijnklachten. Het UWV wees dit aanvankelijk af, ook na bezwaar en beroep. De rechtbank vernietigde het besluit van 2 december 2005 wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar handhaafde de medische beoordeling.
Het UWV kwam appellant tegemoet met een besluit van 10 november 2006, waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 80-100% en de REA-status werd toegekend. Appellant bleef echter schadevergoeding eisen wegens de vertraagde uitbetaling van de WAO-uitkering en verzocht om vergoeding van wettelijke rente en vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat het UWV de achterstallige uitkeringen had nagekomen, maar dat de wettelijke rente nog niet was betaald. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van deze schade en stelde vast dat de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase vermoedelijk was overschreden. Daarom werd het onderzoek heropend en de Staat der Nederlanden als partij toegevoegd.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het niet op het verzoek om schadevergoeding besliste, bevestigde het verder en wees het griffierecht aan appellant toe.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de vertraagde WAO-uitkering en het onderzoek naar overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.