ECLI:NL:CRVB:2009:BK0964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene stelde een verzoek in tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen het UWV. De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek na een eerdere uitspraak en betrok naast het UWV ook de Staat als partij in de procedure.
De Raad stelde vast dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim drie jaar en zeven maanden was overschreden. Hoewel de behandeling door rechtbank en Raad samen aanvankelijk binnen de redelijke termijn viel, was er in het tweede deel van de rechterlijke fase sprake van een te lange behandelingsduur zonder gerechtvaardigde redenen.
De Raad beoordeelde de overschrijding aan de hand van jurisprudentie en omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit en het procesverloop. De schadevergoeding werd vastgesteld op €4.000,-, waarvan €3.500,- ten laste van het UWV komt en €500,- ten laste van de Staat. Proceskosten werden niet toegewezen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2009.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van respectievelijk €3.500,- en €500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.