ECLI:NL:CRVB:2009:BH6136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag docent jegens leerlingen
Appellant, een docent bij de Friese Poort, werd door de werkgever gewaarschuwd wegens te familiair gedrag naar vrouwelijke leerlingen en het aangaan van een relatie met een leerlinge. Het UWV weigerde daarop een WW-uitkering toe te kennen wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant zich verwijtbaar heeft gedragen. Uit een onderzoek door KPMG bleek dat appellant ook na waarschuwingen gedrag vertoonde dat niet passend was voor een docent, zoals het gebruik van intieme aanspreekvormen en het aangaan van een relatie met een leerlinge die nog ingeschreven stond. Het verweer van appellant dat hij zijn gedrag had aangepast en niet wist dat de leerlinge nog stond ingeschreven, werd niet ondersteund door de stukken.
De Raad oordeelde dat de werkgever terecht als belanghebbende was aangemerkt en dat het verwijtbaar gedrag van appellant voldoende vaststond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloosheid wordt bevestigd.